|
|
||||||
|
| Home | Decap 121 | Decap Overig | Mortier | Decap Herentals | NBC | Diversen | Nieuw | Reportage | Orgeldag | Links | Contact | |
||||||
In de eerste helft van de 20e eeuw zorgden Mortierorgels voor muziek in de vele danszalen in Belgie en
Zuid-Nederland, waar duizenden mensen s'avonds na hun
werk en in het weekend afleiding zochten. De orgels stonden meestal op een hoog
podium achter de houten dansvloer, waarop de bezoekers dansten op de nieuwste melodieen. Cafehouders lieten vaak aparte danszalen met een orgel aan hun zaak
bouwen.
In Belgie
stonden de nieuwe dansorgels van Mortier en andere merken slechts een beperkt
aantal jaren in de danszalen, omdat wegens concurrentie van omliggende
etablissementen telkens modernere en grotere exemplaren werden aangeschaft. Want
het mooiste dansorgel trok natuurlijk het meeste publiek en gaf hierdoor ook
extra inkomsten.
Behalve danszaalhouders die hun orgels vast in hun zaak hadden opgesteld, waren er ook orgelverhuurders die langs steden en dorpen reisden wanneer daar iets te doen was. Tussen de beide wereldoorlogen stond tijdens de kermisdagen in Belgie en Zuid-Nederland in vrijwel ieder cafe een dansorgel opgesteld. Bij de kleine cafes werden de orgels buiten onder een dekzeil tegen de muur van het cafe opgesteld. Dan werden
de ramen verwijderd en kon men binnen op de orgelmuziek dansen.
keer op de vrachtwagen te laden, weg te brengen, op een
andere plaats weer af te laden en vervolgens in het cafe of de danszaal (al dan
niet met een podium) te gaan opbouwen, met fronten van ruim acht meter breed tot
vijf meter hoog. Zo'n vier tot vijf dagen later werd het orgel dan weer
opgehaald.
dertig werd de jeugd nogal eens gewaarschuwd dat ze tijdens de kermis
bij de cafes waar dansorgels stonden niet door de vensters mochten
binnengluren, want "daar zat de duivel in". Maar ondanks de vermaningen van
de pastoor en de onderwijzer leefden de mensen naar de jaarlijkse kermis toe,
want zoals het gezegde luidde: "Het is een slecht dorp waar nooit kermis wordt
gevierd!"
Toetsen en registers De firma Mortier bouwde dansorgels in verschillende grootten. Maatgevend is het aantal toetsen
(de pennetjes in het mechaniek). Deze varieren bij Mortier van 72 tot
123 toetsen. Gangbaar waren de modellen 84-toets, 92-toets, 101-toets en
112-toets.
uit de periode 1900-1940. De
orgelregisters hadden dan ook namen van bestaande instrumenten, zoals viool, saxophone, klarinet, bariton, piston, trompet etc. Vanaf 1906 voegde Guillaume
Bax, de belangrijkste pijpenmaker bij Mortier, enkele nieuwe registers toe:
carillon, viool-celeste, flute 8" en baxophone (een eigen uitvinding).
In de jaren twintig bedacht Bax de registers jazz-flute en vibraton,
om daarmee de nieuwe sound van de jazz te kunnen nabootsen. Vanaf de jaren
dertig werden steeds vaker echte accordeons in de orgels ingebouwd.
Muziek
Voor de
Eerste Wereldoorlog klonken op de dansorgels de destijds populaire dansen, zoals
wals, mazurka, polka, scottisch en one-step. Tussen 1918 en 1940 werden door
import uit Noord-Amerika hieraan alle mogelijke steps, tango, foxtrots en de
charleston toegevoegd. Het meest populair waren dansorgels die de laatste nieuwe
schlagers of tophits speelden. Om in een cafe waar een orgel was geplaatst te mogen dansen, moest men in de regel dansgeld betalen.
Als de boek was afgelopen, werd er geroepen,
half uit en in de
broekzak. Hoe vlugger een boek was doorgedraaid, des te vlugger kon er
weer geld worden opgehaald. Ook om die reden telden de orgelboeken destijds maar
weinig meters. Onmiddellijk daarna werd een ander nummer opgezet, waarna de
procedure werd herhaald. Dit gebruik bleef tot ongeveer 1950 in stand.
Tekst en afbeeldingen Tom Meijer |
||||||
|
Copyright © 2010 Dansorgels.nl All rights reserved. |
||||||